Caspers memoires
Op 26 april 2010 ben ik geboren. Bij Annette Schreuder van "Of Eastside Forest" in Lelystad. Mijn stamboomnaam is: Wildwillow of Eastside Forest, mijn roepnaam is Casper.
Mijn vader Robin woonde niet bij ons, mijn moeder heet Esra. Mijn moeder is blond, mijn broertjes en zusjes en ik zijn allemaal zwart. Dat hebben wij van mijn vader.
Ik zie mijn broers en zusjes niet meer. Ik heb wel van mijn mensen gehoord dat het goed met ze gaat.
Van de eerste paar weken weet ik niet zoveel meer. Vanaf dat we een week of drie waren kwamen er aldoor mensen naar ons kijken. Nou, dat was ik gauw zat. Ze zeiden allemaal hetzelfde, dat we oooh zo leuk en ooooh zo lief en ooooh zo schattig waren.
We waggelden met zijn allen in het rond en kregen lekkere pap. We dronken toen niet meer bij mama Esra. Toen we wat ouder waren ging Annette beslissen wie onze mensen zouden worden. Natuurlijk moeten die mensen wel bij je passen.
Op een zondag, toen we zes weken waren, kwamen al onze nieuwe mensen. Nou, ik had daar dus helemaal geen zin in. Wat een drukte, sommigen hadden ook nog kinderen en opa's en oma's bij zich.
Annette zei dat iedereen met zijn eigen pup mocht spelen. Ja, dat kon zij zeggen, maar ik had totaal geen zin om te spelen. Het is raar dat een ander voor je beslist wanneer je spelen moet alleen omdat je een schattig pupje bent. Al mijn broertjes en zusjes huppelden rond, beten in kinderkuiten en hingen aan schoenveters. Uitslovers vond ik het.
Toen mijn mensen kwamen zei Annette: "Kijk eens, hier is jullie pup, reutje groen".
Belachelijk, reutje groen, ik was zwart en dat ben ik nog. Omdat ze me een groen halsbandje om had gedaan hoef ik nog geen reutje groen genoemd te worden. Zegt iemand ooit “vrouwtje rood” tegen een vrouwmens in een rode jurk? Ik werd bij mijn nieuwe vrouwmens in haar armen gelegd, mijn manmens stond ernaast en zei: "Dag Casper". Dat vond ik wel sterk, hoe wist hij mijn naam?.
Maar al met al was ik niet van plan om mee te doen met die belachelijke vertoning, Ik heb me gewoon slapend gehouden. Ze zetten me in het gras om met me te spelen, ik liet me door mijn pootjes zakken en hield me slapend. Al die anderen bleven springen, huppelen en leuk doen. Gelukkig werd ik gauw in de bench gelegd. Ze dachten dat ik moe was, hahaha.
Ik was blij dat ze allemaal weer weggingen. Maar 10 dagen later kwamen mijn nieuwe mensen terug. Ze moesten een contract tekenen en voor mij betalen, we gingen nog met zijn drietjes op de foto en toen pakte mijn nieuwe vrouwmens mij op en we gingen in de auto, Doodeng vond ik het. Maar als pup heb je geen keus, je wordt door een mens vastgehouden en je moet wel mee.
Een zware autorit vond ik het, op weg naar het onbekende, naar een onzekere toekomst.
Ze zetten de auto op een parkeerplaats in een bos, daar was nog een mens. Maar er was ook een hond. Een enorme blonde hond. Net zo'n kleur als mijn moeder maar deze hond had lang haar. Ze was niet de jongste meer, ze keek me streng maar vriendelijk aan. Ze snuffelde even aan me en gaf een likje over mijn kop. Toen wist ik dat het goed zou komen. Ik was niet alleen in een wereld met alleen maar vreemde mensen om me heen. Ik keek naar haar op en kwispelde. Toen gingen we allemaal in de auto naar mijn nieuwe thuis, het huis van mijn nieuwe mensen en Joy, mijn grote medehond.
Reacties
Een reactie posten