Gezworen kameraden.
Zoals ik van de week schreef in "oude en nieuwe vrienden" moet je af en toe de bezem halen door je digitale vriendenkring. Ook mijn blogspot behoeft de nodige aandacht. De eerste spot is vol en traag. Ik heb geen geduld om eindeloos te wachten op een blog dat nogmaals gelezen of aangepast moet worden, ik heb dus een vervolgblogspot gemaakt. De achtergrond is zachtblauw, maar dat pas ik misschien nog aan. Een aantal blogs die mij zelf dierbaar zijn heb ik voor alle zekerheid vast overgeheveld (Yolande, herinnering aan mijn vader en grote broer).
Ik herlas "herinnering aan mijn vader" en daarna op facebook een berichtje over een man die met zijn demente vader "quando, quando, quando" zong.
En ik dacht aan mijn vader en aan zijn laatste dagen. Op een zaterdagavond in 1990 werden we gebeld door de Amstelhof. Jullie kennen het gebouw wel, jullie noemen het de Hermitage.
Voor mij blijft het de Amstelhof, het tehuis waar mijn vader zijn laatste jaren heeft doorgebracht. We liepen met hem in de tuin, zaten onder de enorme kastanjebomen die mijn vader, volgens zijn zeggen, zelf geplant had. Ik was zijn moeder of de dokter en mijn broer Hans was zijn broer Herman.
We wisten nooit van tevoren in welk stadium van zijn leven hij zat, we wisten zelfs niet van tevoren of hij wel tijd voor ons had. Het kon best zijn dat hij moest marcheren (als jonge man had hij in het leger gezeten) of dat hij moest vergaderen (hadden we maar een afspraak moeten maken). Het kon ook zijn dat hij na een kwartiertje samen zijn op zijn horloge keek en beleefd zei :"Ik houd u niet langer op", opstond en met een hoffelijk knikje wegliep. Wij konden dan ook gaan, want als mijn vader besliste dat het bezoek ten einde was konden wij daar weinig tegen doen.
Een aantal jaren heeft mijn vader daar gezeten en mijn broer en ik gingen regelmatig op bezoek. Op een zaterdagavond werden wij gebeld, mijn vader was ziek en ging hard achteruit.
We hebben die zaterdagavond lang naast hem gezeten, Hans en ik. En we hebben gezongen, we zongen het liedje dat hij met ons zong toen we klein waren. Wij zongen samen voor mijn vader:
"Wij zijn gezworen kameraden, wij zullen elkander nooit verlaten. Wij zijn de jongens van de infanterie".
Mijn vaders ogen gingen open, hij keek ons aan en we zagen herkenning en een lach in zijn ogen. De dinsdagochtend daarop is hij overleden.
Een mooie herinnering, die zaterdagavond samen aan het bed van mijn vader in de Amstelhof,
Ik ben bang voor dementie, ik ben bang voor de geestelijk aftakeling. Het probleem is dat je wel een euthanasieverklaring kunt tekenen, maar dat je niet kan aangeven dat je in geval van dementie niet verder wilt. Je kunt het wel aangeven, dat doe ik nu eigenlijk, maar je kunt niet verwachten dat je wens om niet meer verder te hoeven in geval van dementie gerespecteerd wordt.
Want je kunt op het moment dat je zwaar dement bent wel eens niet meer achter die beslissing staan. En dat kunnen ze je niet meer vragen dan. Dat kunnen ze natuurlijk wel maar de kans dat ze een zinnig antwoord krijgen is gering.
Ik ben ook bang dat ik na een hersenbloeding of zo verval in ondraaglijk en uitzichtloos lijden. Ook dat wil ik niet, dat mag je nu dan weer wel beslissen. Dat heb ik gedaan.
Herman heeft een exemplaar en ik heb de huisarts ingelicht. Die wil daar nog wel een nader gesprek over. En ik hem mijn broer ingelicht.
En mocht het lot zo beslissen zal ook Hans vechten voor me, hij zal zorgen dat mijn wensen gerespecteerd worden.
Want mijn broer en ik? Wij zijn gezworen kameraden.
Ik herlas "herinnering aan mijn vader" en daarna op facebook een berichtje over een man die met zijn demente vader "quando, quando, quando" zong.
En ik dacht aan mijn vader en aan zijn laatste dagen. Op een zaterdagavond in 1990 werden we gebeld door de Amstelhof. Jullie kennen het gebouw wel, jullie noemen het de Hermitage.
Voor mij blijft het de Amstelhof, het tehuis waar mijn vader zijn laatste jaren heeft doorgebracht. We liepen met hem in de tuin, zaten onder de enorme kastanjebomen die mijn vader, volgens zijn zeggen, zelf geplant had. Ik was zijn moeder of de dokter en mijn broer Hans was zijn broer Herman.
We wisten nooit van tevoren in welk stadium van zijn leven hij zat, we wisten zelfs niet van tevoren of hij wel tijd voor ons had. Het kon best zijn dat hij moest marcheren (als jonge man had hij in het leger gezeten) of dat hij moest vergaderen (hadden we maar een afspraak moeten maken). Het kon ook zijn dat hij na een kwartiertje samen zijn op zijn horloge keek en beleefd zei :"Ik houd u niet langer op", opstond en met een hoffelijk knikje wegliep. Wij konden dan ook gaan, want als mijn vader besliste dat het bezoek ten einde was konden wij daar weinig tegen doen.
Een aantal jaren heeft mijn vader daar gezeten en mijn broer en ik gingen regelmatig op bezoek. Op een zaterdagavond werden wij gebeld, mijn vader was ziek en ging hard achteruit.
We hebben die zaterdagavond lang naast hem gezeten, Hans en ik. En we hebben gezongen, we zongen het liedje dat hij met ons zong toen we klein waren. Wij zongen samen voor mijn vader:
"Wij zijn gezworen kameraden, wij zullen elkander nooit verlaten. Wij zijn de jongens van de infanterie".
Mijn vaders ogen gingen open, hij keek ons aan en we zagen herkenning en een lach in zijn ogen. De dinsdagochtend daarop is hij overleden.
Een mooie herinnering, die zaterdagavond samen aan het bed van mijn vader in de Amstelhof,
Ik ben bang voor dementie, ik ben bang voor de geestelijk aftakeling. Het probleem is dat je wel een euthanasieverklaring kunt tekenen, maar dat je niet kan aangeven dat je in geval van dementie niet verder wilt. Je kunt het wel aangeven, dat doe ik nu eigenlijk, maar je kunt niet verwachten dat je wens om niet meer verder te hoeven in geval van dementie gerespecteerd wordt.
Want je kunt op het moment dat je zwaar dement bent wel eens niet meer achter die beslissing staan. En dat kunnen ze je niet meer vragen dan. Dat kunnen ze natuurlijk wel maar de kans dat ze een zinnig antwoord krijgen is gering.
Ik ben ook bang dat ik na een hersenbloeding of zo verval in ondraaglijk en uitzichtloos lijden. Ook dat wil ik niet, dat mag je nu dan weer wel beslissen. Dat heb ik gedaan.
Herman heeft een exemplaar en ik heb de huisarts ingelicht. Die wil daar nog wel een nader gesprek over. En ik hem mijn broer ingelicht.
En mocht het lot zo beslissen zal ook Hans vechten voor me, hij zal zorgen dat mijn wensen gerespecteerd worden.
Want mijn broer en ik? Wij zijn gezworen kameraden.
Reacties
Een reactie posten