De Poolse Landdag

Elke ochtend, voor het ontbijt, laat ik onze mooie Golden Retriever uit.
Het tijdstip varieert, dat hangt af van de werkzaamheden op de dag die komen gaat.
Mijn houding varieert ook, ik huppel vrolijk naast mijn blonde meid of ik sjok mistroostig richting uitlaatveldje.
Mijn houding varieert ook afhankelijk van de werkzaamheden van de dag die voor me ligt. Een klein beetje want of ik nu een afspraak met klanten heb, een ontmoeting met een accountmanager. of ik een dossier mag optuigen of afhandelen, of dat ik een schrijfdag tegemoet ga, ik vind het eigenlijk allemaal leuk.  Of ik huppel of sjok hangt meer af van de kwaliteit en kwantiteit van de genoten nachtrust en van het weer.

Carlie's houding is een constante factor. Ze is blij, ze huppelt en ze snuffelt naar iets eetbaars. Haar criterium van eetbaar wijkt af van dat van ons, dus daar zal ik verder niet over uitweiden. (was ik toch even aan het twijfelen over uitweiden of uitwijden, maar het moet met ei).

Als onze eerste uitlaatronde tegelijk valt met de opening van de school in de buurt, komen we op de heenweg en op de terugweg drie vrouwen tegen.

Drie jonge vrouwen, drie moeders. Het gebroed rent gillend voor ze uit en de vrouwen sjokken erachteraan. Zij sjokken altijd. Als deze dames model staan voor jonge vrouwen en moeders, dan hoeven we daar niet jaloers op te zijn. Aan de houding te zien is dat allerminst een jolig bestaan.

Ze doen niet aan uiterlijke verzorging. Ze hebben alle drie een joggingbroek en een zwart gewatteerd jack aan, de vettige haren zijn strak uit hun gezicht geveegd (ik denk niet dat er een kam of borstel aan te pas is gekomen) en met een elastiekje in een staart gebonden.

Ze hebben alle drie standaard een peuk tussen de vingers en als ze al converseren, gezellige kletspraat is dat allerminst aan de ontevreden koppies te zien.
Als wij aan de terugtocht beginnen, zijn zij ook op hun retour, ze lopen richting huis zonder kinderen. Die zijn op Bommelstein afgeleverd. De dames sjokken voort, in hun zwarte uniformen, met hun vette haren en stinkende sigaretten.

Als Carlie en ik weer bijna thuis zijn, komen we er twee van de drie weer tegen. Het gebroed vervangen door kleine hondjes.  In totaal vier, Chihua-achtige types. Alle vier de mormels vinden het nodig Carlie uit te kefferen. Je kan het ze niet eens kwalijk nemen, een vrolijk bestaan zullen de keffertjes ook niet hebben.

Op mijn stemming hebben de dames in elk geval wel effect, van zoveel treurigheid word ik op slag vrolijk en ik met een vrolijke tred gaan we richting ontbijt, Carlie en ik.

Op zo'n wandeling denk ik drie keer aan mijn goede vriend Jaap, Jaap grossierde in bijzondere uitdrukkingen en ik heb nooit echt begrepen wat hij bedoelde met "het lijkt wel een Poolse landdag",
maar telkens als ik sjokkende, sombere meisjes zie, denk ik "Poolse Landdag".

Reacties

Populaire posts van deze blog

Nina

Dodenherdenking 1964